Een zorgvuldige waarneming van de ontwikkeling van de kinderen in hun eerste zeven levensjaren, maakt de fundamentele opgaven voor het kleuteronderwijs zichtbaar.
Onze grote zorg moet in de kleutertijd uitgaan naar de gezonde ontwikkeling van de zintuigelijke vermogens, naar zinvolle gewoontevorming, naar het ritmiseren van het dag- en weekverloop, naar een gezond slaap-waakritme en naar de ondersteuning van een goede orgaanvorming via waarachtige gebaren in de omgevingsruimte en de activiteiten.
Bovenal moet er veel ruimte zijn voor beweging, binnenshuis maar ook buiten.
De kinderen moeten tot hun zevende levensjaar de kans krijgen om hun lichamelijkheid ten volle te ontwikkelen in spel en beweging.
Een opvoeding die het jonge kind serieus neemt, neemt daarvoor de tijd.
De kleutertijd is de gouden tijd waarin het kleine kind door middel van zijn rijke fantasie en zijn nabootsingskracht al spelend zijn vrijheid beleeft en zich ontplooit. Ook zijn wil wordt nu gevormd. Doordat onze kinderen in de klas zowel met jongere als oudere kinderen kunnen samenspelen en door het voorbeeld van de leerkracht, wordt het leren door nabootsen gestimuleerd. Dankzij de bijzondere aandacht voor schoonheid en harmonie, ritme en geborgenheid in het klasje ontwikkelt het kind zijn vertrouwen in het leven.
Elke dag verloopt volgens een vast ritme. Dat geeft ieder kind een houvast waardoor het zich kan ontplooien en groeien. Kort voor half negen brengen de ouders hun kleuters tot bij hun kleuterjuf of -meester. Na het ochtendritueel bieden de kleuterleerkrachten de kinderen datgene aan waar zij op dat moment aan toe zijn: kringspelen; kunstzinnige activiteiten zoals tekenen, schilderen of boetseren; huishoudelijke taakjes uitvoeren zoals brood bakken, soep maken, de poppenwas doen of de tafeltjes boenen; handvaardigheidstechnieken zoals timmeren, vilten of mandjes vlechten, en natuurlijk buiten spelen, zaaien en planten in de schooltuin. De poppenhoek, het keukentje, de bouwhoek, de grote zandbak en de tuin nodigen uit tot vrij fantasiespel. Ook taal krijgt bijzondere aandacht. Dagelijks wordt er voorgelezen, verteld en gezongen. Dit alles maakt zo’n kleuterdagje weloverwogen vol.
De natuur
Onze school is op wandelafstand van het park van Tervuren. Daar maken we dankbaar gebruik van. De kinderen gaan er regelmatig wandelen en spelen. Zo wordt hun aandacht en eerbied voor de natuur gewekt. Dat vinden we ook terug bij de voorbereiding en de beleving van de seizoensfeesten. Zo knutselen de kinderen met natuurmaterialen lampionnetjes voor het feest van Sint-Maarten. De lampionnenwandeling maken we samen met de ouders bij valavond in het park.Voor het feest van Sint-Jan vlechten we van bloemen kransjes en vieren en dansen we buiten. Op die manier krijgt het kind in onze school de kans de vier natuurrijken te beleven: het leert met de aarde, de planten, de dieren en de medemensen in schoonheid, waarheid en goedheid te leven.
Schoolrijpheid
In onze maatschappij is er een tendens om de leeftijd van het schoolse leren te vervroegen.
Ouders met kinderen van vijf, zes jaar kijken over het muurtje van de kleutertuin en kunnen vaak het geduld niet meer opbrengen om hun kind nog te laten wachten met lezen en rekenen.
Toch is dit wat de Steinerscholen vragen. In de visie die de Steinerscholen hanteren, dienen kinderen ten volle hun eerste ontwikkelingsfase te hebben afgerond. Gedurende de eerste zeven levensjaren worden de organen en zintuigen ontwikkeld en wordt in spel en beweging de basis gelegd voor een goed lichaamsbesef en een gezonde wilsontwikkeling. De ontwikkeling van de zintuigen, het aanbieden van ritme en regelmaat, de vorming van zinvolle gewoonten, het bieden van gelegenheid tot nabootsing, de aanmoediging van de motorische ontwikkeling, de waarneming en de spraak, dit alles is in de eerste zeven jaren aan de orde.
Rond het zevende levensjaar komt het moment dat kinderen klaar zijn voor onderwijs. Het geheugen en de waarneming komen vrij uit de lichaamsgebonden ontwikkeling. Er komt een ruimte vrij voor het leren.
Bij de overgang van de kleuterschool naar de lagere school wordt een uitgebreid schoolrijpheidsonderzoek afgenomen. Dit gebeurt bij kinderen die rond Pasen hun zevende jaar zijn ingegaan. Kinderen die voor 1 mei nog geen zes zijn geworden, worden meestal aangeraden nog een jaartje in de kleuterschool door te brengen.



















